Artikelenreeks 'Ken mij' (2)

De waarde van jouw leven deel 2

Van waarde zijn wordt al gauw vertaald is termen van kwaliteiten. Waar ben je goed in? Wat zijn je sterke kanten, waar liggen jouw talenten? Allemaal legitieme vragen die je jezelf kan stellen om zo helder in kaart te krijgen wat je in huis hebt en waar je (vaak in relatie tot werk) jezelf mee kan profileren. Maar wat zijn dat eigenlijk? Talenten, kwaliteiten en overige positieve kenmerken die ons een gevoel van identiteit geven? Hoe ontstaan ze en hoe kunnen we ze optimaal gebruiken? Wat is daar voor nodig? Wat maakt specifieke kwaliteiten tot ónze kwaliteiten? Tot eigenschappen waarmee we de wereld om ons heen verrijken met ons unieke zicht op bepaalde situaties.

Kwaliteiten
Kwaliteiten zijn eigenschappen van de mens die een bepaald niveau van bewustwording hebben bereikt. Deze bewustwording maakt dat wanneer deze specifieke eigenschap ingezet wordt, deze inzet leidt tot een kwalitatief hoogstaand resultaat. Kwaliteiten rusten op ervaringen. Vele, vele ervaringen maken dat onnodige en vertragende zijwegen niet ingegaan worden; men weet inmiddels dat dit niet leidt tot een goed resultaat.

Wanneer we spreken over aanleg of potentie, dan praten we over reeds aanwezige eigenschappen, die de mogelijkheid herbergen om tot uitgezuiverde kwaliteit te evolueren. Je kan het zien als modderwater. Modderwater is in potentie heerlijk bronwater, echter is er dusdanig veel vervuiling aanwezig dat modderwater drinken geen optie is. Eerst zal er een zuivering moeten plaatsvinden. En niet één zuivering, maar misschien wel honderd, voordat de helderheid, schoonheid en drinkbaarheid van helder bronwater is bereikt.

De mens bestaat uit vele eigenschappen. Potentiële kwaliteiten die vaak nog vertroebeld in ons aanwezig zijn. Eigenschappen die nog niet bevrijd zijn van besmetting en vervuiling, van aannames, verlangens, voorbedachten ideeën, van voor –en afkeuren.

Soms zijn deze eigenschappen besmet met negatieve ervaringen die deze eigenschappen in een kwaad daglicht plaatsen. Een eenvoudig voorbeeld is het kind dat boos is omdat het zijn zin niet krijgt.

De miskenning
Wanneer een kind niet op de juiste manier wordt aangesproken, maar afkeuring ervaart, kan bij het kind de aanname ontstaan dat boosheid fout is. Het kind kan zo een eenzijdig beeld ontwikkelen over zichzelf. Boosheid, wat in potentie kracht is, wat een (primair)gevoel van het kind is dat het iets wil of niet wil, wordt in zijn huidige ruwe vorm veroordeeld. Wanneer de afwijzing stelselmatig plaats vindt zal het kind door deze afwijzing onzeker worden. Op den duur zal het kind helemaal stoppen zich vrijelijk te uiten en zich aanpassen vanuit de angst om afgewezen te worden om wie het is. Wanneer dit aanpassen niet lukt, is de kans groot dat het in extreem gedrag reageert op de afwijzing. Dan wel externaliserend door bijvoorbeeld oppositioneel gedrag, dan wel internaliserend in de vorm van teruggetrokken gedrag.

De cliënte
Laten we even terugkeren naar de cliënte uit het vorige artikel die vanuit een behoefte om gewaardeerd te worden, om zich nodig te weten, erg attent en behulpzaam is naar haar naasten. Zo druk daar mee is dat het een groot deel van haar tijd in beslag neemt en opmerkt dat wanneer ze niet dezelfde mate van aandacht voor haar terugkrijgt, hierdoor teleurgesteld raakt. Vanuit deze teleurstelling trekt ze zich steeds meer terug uit de wereld.

Welke kwaliteiten kunnen we bij haar ontwaren? Het is niet moeilijk om te zien dat ze een hartkwaliteit heeft waarmee ze zorgzaam is voor anderen. Heel goed kan aanvoelen wat anderen nodig hebben. Een bepaalde sensitiviteit heeft waarmee ze haarfijn opmerkt wat ze voor anderen kan betekenen.

Deze kwaliteit is haar bezit, het is haar betrokkenheid en liefde voor haar medemensen. Toch is zij niet vrij om hierin onderscheid te maken tussen diegene die haar hulp echt kunnen gebruiken en waarderen en wie niet op haar hulp zit te wachten. Haar behulpzaamheid waaiert naar alle kanten uit en iedereen die in de buurt komt, krijgt hier gevraagd en ongevraagd mee te maken. Dit uitwaaieren maakt dat haar behulpzaamheid aan kracht inboet. Een vanzelfsprekendheid is geworden voor diegene die haar krijgt.

“De kracht van een kwaliteit is de aandacht en zorgvuldigheid waarmee deze wordt gebruikt.”

Wanneer bij de cliënte op een voor haar belangrijk moment niet dezelfde attentie teruggegeven wordt, is er de teleurstelling. Ze heeft niet teruggekregen wat haar onbewust aanstuurde om attent te zijn. Met het geven en zorgen voor de ander, geeft ze onbewust ook haar verlangen naar waardering mee!

Zie hier de besmetting. Het vrije geven, het vrije attent zijn naar iemand, oprecht behulpzaam zijn, zónder de verwachting dat dit zich later terug zal betalen in aandacht voor jou, het belangeloos er zijn voor een ander is hiermee uit beeld.

Er is een afhankelijkheid opgedoken waarbij het helpen van een ander, onbewust het helpen van haarzelf blijkt te zijn. We blijken niet zonder de erkenning van de ander te kunnen en voelen ons zonder haar alleen, soms eenzaam en onbegrepen. De rol van helper die ons zo goed paste, waarbij we ons waardevol voelde, ons nuttig wisten, blijkt een bron van modderwater te zijn waarin wij noodgedwongen moeten gaan onderzoeken welke onzuiverheden er aanwezig zijn! Op dit moment vindt er een kleine crisis plaats. Niet langer weten we precies wie we zijn, wat we kunnen en waarom we doen wat we doen. Er is een twijfel opgemerkt, we zijn niet meer zo zeker. We zijn wiebelig geworden omdat onze identiteit niet zo rotsvast blijkt te zijn als dat we dachten dat ze was.

Het onderzoek
Wanneer we terugkijken naar haar jeugd zien we een jeugd waarin haar hulpvaardige kant veelvuldig werd geprezen, zij hierin stevig werd gekend. De aandacht die ze hiervoor kreeg creëerde een afhankelijkheid in aandacht en waardering voor wie zij was.

Deze afhankelijkheid heeft zich op volwassen leeftijd doorgezet, maar begint zich nu tegen haar te keren. De teleurstelling tekent zich verder af in afwending naar en onvrede over de relatie. Ze merkt op dat ze er ook wel boos over wordt en negatieve gedachten krijgt over de ander.

Er ontstaan scheuren in het beeld dat ze over zichzelf heeft. De lieve, behulpzame en attente meid wordt steeds negatiever. De negatieve gevoelens die ze ervaart, zijn haar onbekend en tegelijk schrikt ze van zichzelf. “Zo ken ik mijzelf helemaal niet!” is een veel gehoorde zin op dit punt.

De schaduwkant
Wanneer we nu weer even terugblikken naar haar vroege jeugd, zien we hoe zij door haar ouders geprezen werd om haar hulpvaardige kant. Ook haar omgeving, familie en leerkrachten benadrukte deze mooie, doch eenzijdige kant van haar. Door gespiegeld te worden werd ze heel zeker over zichzelf. “Dit ben ik!” Iedereen ziet het en ik voel het zelf ook, dit ben ik!

Wanneer een kind zo nadrukkelijk te horen krijgt welke kant van zichzelf zo goed is, wordt hiermee onbewust een signaal afgegeven aan de andere kant. Zonder het te weten geven ouders vanuit hun eigen voorkeur toestemming voor het ene, en afkeur aan het andere.

Geprezen worden om je behulpzame kant kan onbewust het signaal afgeven dat: aan jezelf denken, goed voor jezelf zorgen, kritisch zijn, een eigen wil hebben en boos mogen zijn, minder belangrijk zijn. Soms is het zelfs zo dat deze oriëntatie op het eigen zelf volledig onderbelicht blijft. Er is een diepe schaduw, als de donkere kant van de maan, die door het eigen bewustzijn niet of nauwelijks wordt belicht en daarmee onderzocht. Het bestaan van deze kant wordt vaak in eerste instantie zelfs ontkend!

Zelfvertrouwen, zekerheid en een positief zelfbeeld zijn in het gestelde voorbeeld vooral gepositioneerd aan de belichte en naar de buitenwereld toe gewende kant van de persoonlijkheid. Je kan ook zeggen dat het deel van haar persoonlijkheid dat zich boven de tafel manifesteert zichzelf redelijk kent, maar dat ze geen idee heeft wat er zich onder de tafel roert.

Kwaliteiten van het schaduwrijk
De schaduwkant van onze persoonlijkheid heeft een immense invloed op ons leven. Een invloed die, juist doordat ze zo onbewust is, ons overvalt, ons overkomt en ons bij tijd en wijle radeloos achterlaat.

Onze identiteit schept onze zekerheid. Maar alleen wanneer deze in relatie tot de buitenwereld erkend wordt. Een eenzijdig belicht mens is nog steeds een volledig mens, maar net als de maan een bol is, zie je haar toch slechts gedeeltelijk. De krachten die de donkere, onbewuste kant op ons uitoefenen zijn niet gering en hebben zo hun maniertjes gevonden om zich toch te laten gelden aan de belichte kant van onze persoonlijkheid.

Laten we als voorbeeld nogmaals naar de cliënte kijken.

Erkend in haar hulpvaardigheid bediend zij de wereld. Er is echter een sterke voorkeur voor wie ze helpt en het betreft voornamelijk vrienden en familie. Mensen waarvan ze precies kan aanvoelen of ze haar hulp op waarde kunnen schatten. Dit aanvoelen heeft dus geleid tot de ontwikkeling van een sterke voorkeur. Deze voorkeur creëert tegelijk zijn tegendeel, de afkeur. Mensen die ze niet vertrouwt, niet toelaat en zich überhaupt niet mee bezig houdt. Deze mensen sluit ze buiten waarmee ze haar wereldse oriëntatie verstevigd. Ze heeft er een groot belang bij dat de mensen die ze vertrouwt, bij haar blijven.
Zodra er echter iets gebeurt, bijvoorbeeld wanneer zij zelf niet gefeliciteerd wordt met haar verjaardag, verschijnt er een scheur in het vertrouwen van deze persoon. Er komen negatieve gedachten over deze ‘vriend’ en ze voelt zich gekwetst door dit gebrek aan aandacht. Diegene die haar sterk maakt, blijkt ook degene te zijn die haar pijn kan doen! Ze besluit deze persoon niet langer op dezelfde behulpzame manier bij te staan en wordt in haar overwegingen strategischer.

Het feit dat er zich een splitsing in voor –en afkeur heeft plaatsgevonden én het feit dat er wantrouwen en negatieve gedachten ontstaan zijn allemaal tekenen van de onbewuste, donkere schaduwkant die we allemaal in ons hebben. Het is de manier waarop onze kritische en op het eerste gezicht negatieve kant zich kenbaar maakt. Niet openlijk, niet direct zichtbaar, maar subtiel en berekenend. Afgewogen en veroordelend. Dit is niet wie we willen zijn, het is echter wel de uiting van een onderontwikkeld deel van ons dat, met wat hulp, als volwaardige kwaliteit gekend mag worden.

De donkere kant van de maan
Waarom zien we de donkere kant van de maan nooit?

Om deze kant van de maan te kunnen zien, moeten ze bereid zijn om te draaien. We moeten bereid zijn om bewust en gestaag ons onbekende maar ó zo waardevolle schaduwkant in het volle licht van ons bewustzijn te zetten. Het is onze taak om deze onbelichte kant te leren kennen, juist als we er bang voor zijn!

Onze donkere kant is als het ware een onontgonnen stuk grond, waarvan we het bestaan niet kende maar wel vermoedde. De aarde van deze grond is vol potentie, vol mogelijkheden en eigenschappen die met de juiste aandacht en liefdevol geduld zich kunnen ontwikkelen tot bewust toegepaste kwaliteiten.

De weg
Wanneer we nu kijken naar de waarde van ons leven in totaal dan zien we dat het juist de gerichtheid op het Nu, waarin al onze innerlijke en uiterlijke bewegingen plaatsvinden, op dit vlak van cruciaal belang is. Wanneer we gaan opmerken dat we naast liefdevolle gedachten ook kritische en veroordelende gedachten hebben en we besluiten deze gedachten meer en meer als waardevol te zien in plaats van ze te ontkennen, te bestrijden of af te wegen, dan vormt deze veroordelende gedachte het begin van de weg die terug te voeren is naar datgene waar we meer aandacht aan moeten besteden. Dat ene gevoel dat ons zegt dat het anders kan, dat het beter kan, dat het eigener kan, dat het waarachtiger kan en eerlijker. Dat het efficiënter kan en mooier. Al dat wat jou eigen maakt, uniek in je visie, anders in je benadering, duidelijk in je aanpak. Je kunt nooit jezelf en dat wat je opmerkt serieus genoeg nemen. Waardevol genoeg nemen.

Zo voer je elk, ogenschijnlijk onwaardige gedachte, oneigenlijk gevoel terug naar zijn oorsprong, terug naar dat wat het in wezen is. De waarde van jouw leven.

Auteur: Alexander Holwerda © 2015